In de herfst van 1847 liepen de gangen van het Algemene Ziekenhuis van Wenen vol met de geur van dood. Op de Eerste Vroedkundige Kliniek stierf een op vijf vrouwen aan kindbedkoorts, een wrede ziekte die moeders na de baring getroffen met koorts, buikpijn en een Zweedse dood. Op de Tweede Kliniek, net over de hal, was de sterftecijfer vijf tot tien keer lager. Vrouwen smeekden op knieën om in de Tweede Kliniek opgenomen te worden; ze kregen paniekaanvallen als ze hoorden dat ze naar de Eerste mochten, die bekend was als de "doodskamer".
Het mysterie van de twee klinieken
Ignaz Semmelweis, een Hongaars assistent-Arts, werd geobsedeerd door het verschil. Hij elimineerde systematisch elke mogelijke verklaring. De ligging van de bedden? Identiek. Het dieet? Hetzelfde. De baringshouding? De Eerste Kliniek gebruikte zijliggend, de Tweede op staande voet – maar toen hij de Eerste dwong over te stappen op staand baren, veranderde de sterfte niet. Overbevolking? De Tweede was drukker. Een priester die met een belletje de gangen in reed om de ziekteolie te geven? Semmelweis liet hem een andere route lopen; geen effect.
De doorbraak kwam in maart 1847. Zijn vriend en collega Jakob Kolletschka, een patholoog, sneed zich per ongeluk in de vinger met een mes dat net gebruikt was bij de lijkopening van een vrouw die was overleden aan kindbedkoorts. Kolletschka stierf dagen later met precies dezelfde symptomen: verharde maag, ontsteking van de buikvlies, septische vergiftiging. De autopsie toonde een ziekteproces identiek aan dat van de vrouwen op de Eerste Kliniek.
Semmelweis maakte de sprong. Medische studenten op de Eerste Kliniek gingen 's ochtends lichamen openen in de sectiezaal – vaak van vrouwen die net waren gestorven aan de koorts – en liepen daarna direct naar de kraamzaal om barende vrouwen intern te onderzoeken. De vroedvrouwen op de Tweede Kliniek deden geen secties. Hun handen waren schoon. De studenten droegen, onzichtbaar voor het blote oog, wat Semmelweis "lijklikde deeltjes" noemde, van de dode moeders naar de levende.
De wasplicht
In mei 1847 stelde Semmelweis een radicaal maatregel in. Iedere arts en student moest, voordat hij de kraamzaal betrad, zijn handen wassen in een kom met gechlorideerde kalkoplossing – een scherpe, ontgeurende stof die ook als desinfecteringsmiddel dienstdeed. De verpleegkundiges kregen de opdracht de handen van de dokters te controleren; wie de keuken van de oplossing miste, mocht niet binnen.
Het effect was onmiddellijk en spectaculair. In april, voor de maatregel, was de sterftecijfer op de Eerste Kliniek 18,3 procent. In juni was het gedaald naar 2,2 procent. In juli en augustus viel het naar nul. Voor het eerst in jaren stierf er geen enkele vrouw op de Eerste Kliniek aan kindbedkoorts. De cijfers gaven het uitspraak: de doder was niet een miasma, geen goddelijke straf, geen ongeneeslijke ziekte. Het was de handen van de dokters.
De verwerping
Semmelweis verwachtte dankbaarheid. Hij kreeg vijandigheid. Zijn theorie was een direct aanslag op de eer van de medische professie: hij bewees dat de heren dokters, met hun status en hun diplomas, de oorzaak waren van de dood van hun patiënten. De vorstelijke professoren van Wenen voelden zich beledigd. Een van hen, de befaamde Rudolf Virchow, noemde Semmelweis' ideeën "onwetenschappelijk" en "gevaarlijk". Andere collega's weigerden de oplossing te gebruiken omdat het impliceerde dat zij schuldig waren aan moord.
Semmelweis, scherpzinnig maar ondiplomatiek, hielp zich niet. Hij publiceerde wrede open brieven waarin hij zijn critics "moordenaars" noemde en hen beschuldigde de handen vol bloed te hebben. De medische gemeenschap sloot rijen. In 1849 werd zijn contract niet verlengd. Hij vluchtte terug naar Pest, waar hij in een klein stadsziekenhuis dezelfde wasplicht invoerde met hetzelfde resultaat: de sterfte daalde van 17 naar 0,85 procent. Toch bleven de grote tijdschriften zijn artikelen weigeren. De Oostenrijkse en Duitse medische autoriteiten zweegen.
De laatste jaren
De afwijzing brak hem. Semmelweis werd steeds meer geobsedeerd, schreef manische pamphletten, klaagde over complotten. In 1865, op 47-jarige leeftijd, werd hij door collega's – onder voorwendsel van een plezierige uitstap – in een krankzinnigengesticht gelokt. Toen hij probeerde te vluchten, werd hij door bewakers neergezwaaid en in een cel gesloten. Twee weken later stierf hij aan septische vergiftiging, waarschijnlijk door een geïnfecteerde wond aan zijn hand die hij zich had toegebracht tijdens een operatie. De dokter die had bewezen dat handen wassen levens redde, stierf aan de ziekte die hij had overwonnen.
Een bittere overwinning
Jaren later gaf Louis Pasteur met zijn bacteriën theorie de wetenschappelijke onderbouwing die Semmelweis had ontbroken. Joseph Lister, de Britse chirurg, pasteerde de principes toe met karbolzuur en revolutioneerde de chirurgie. Alleen dan werd Semmelweis herontdekt – niet als een visionair, maar als een martelaar. Vandaag de draagt elk ziekenhuis ter wereld zijn naam op afgelingen en wasprotocollen. De ironie blijft scherp: de man die de medische wetenschap een van haar meest fundamentele waarheden gaf, werd gedood door de arrogante onwetendheid van zijn tijdgenoten. Zijn graf in Wenen draagt een eenzame inscriptie: "Ontdekker van de oorzaak en preventie van kindbedkoorts." Geen standbeeld, geen ereprijs, alleen de stille kennis dat elke keer dat een arts zijn handen wasst voor een patiënt, Semmelweis nog een keer wint.
Dit is slechts één episode uit een veel langer verhaal. Lees het volledige verhaal over de geschiedenis van de geneeskunde in “Een geschiedenis van geneeskunde” door Jamie Whitney op MixCache.com.
Please log in or create an account to leave a comment.
No comments yet. Be the first to say something.